Een Spaanse les, maar niet alleen over taal

Vreemd hoor, ik hoef nog maar ruim twee weken te werken en dan ligt dit hele avontuur alweer bijna achter mij. Vanochtend -toen ik dus toch weer de leiding moest nemen in de klas omdat de juf vertrok- was ik  daar zo blij om. Ik kreeg weliswaar hulp/ ondersteuning van een oudere Peruaanse die altijd in een andere klas assisteert, maar dan nog. Ik vind dat ík degene behoor te zijn die ondersteuning bied. Het is hier gewoon de omgekeerde wereld.
Ik heb het natuurlijk overleefd, maar toen mijn Spaanse leraar  vanmiddag vroeg hoe mijn dag was geweest (als conversatie onderdeel van de les) en ik hem dit vertelde, begon hij te lachen.
‘Je moet gewoon liegen als ze om hulp vraagt: Estoy viajando mañana,’ zei hij.
Ik sputterde nog even: ‘Ja maar ik heb het met haar besproken. Ik heb heel nadrukkelijk gezegd: u bent de profesora en ik ben van de assistentie. Niet andersom.’
Maar zo werkt dat hier niet, volgens Sam. Als Peruanen ruimte voelen, gaan ze duwen en kijken of ze er nog wat ruimte bij kunnen krijgen. En… als ik dat niet ga geven, word mij dat echt niet in dank afgenomen. Daar waarschuwde hij mij voor. Maar  is dat dan mijn probleem?
Nee, Sam heeft volkomen gelijk. Dat is niet mijn probleem.
‘Bovendien ben je hier toch ook om een andere cultuur te leren kennen?’                                                                                           ‘Si’.                                                                                                  ‘Nou dan weet je vanaf nu dat erover praten hier niet helpt. Mentir, liegen, dat is een oplossing.’

Prima, doe ik dat voortaan. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer.

IMG_1150

Een dagje uit met twee klassen naar het museum van Chan Chan.

Dit is hem trouwens; mijn grootste uitdaging waardoor ik een hele klas niet red. Dit leuke jongetje is ook de boosdoener. Zodra juf Roxana haar hielen licht of even niet oplet, kijkt hij meteen naar mij. Welke vrijheid ga ik mij nu veroorloven? Één troost voor mijn ego: behalve  zijn eigen juf kan niemand anders hem aan. En in dit geval was mijn Peruaanse assistente van vandaag wel echt een ondersteuning. Ze hield hem zo ongeveer de hele dag stevig vast.

Er is ook een oudere jongen in de klas. O, hij vindt het zó moeilijk als ik de boel overneem. We werken bijvoorbeeld aldoor met plaatjes: Plaatjes van gevouwen handen als we gaan bidden. Plaatjes van de liedjes die we zingen, de dingen die we dagelijks doen. En elke afbeelding krijgt zijn vaste plek op het bord. Als ik bijvoorbeeld het plaatje van meneer Pinpodrie centimeter naast de tekst van het betreffende liedje plak, is het al mis. Dan staat hij op, loopt naar het bord en verschuift het een halve centimeter. Nou, iedereen die mij kent, weet dat precies-zo-en-niet-anders, niet mijn sterkste kant is. En routine ook al niet. Dus om de haverklap staat hij naast mij, vriendelijk maar onderliggend geïrriteerd, verbetert hij de fout. Het schiet niet op. En ik zeg dan steeds: ‘Gracias por tu ayuda’, want mijn woordenschat reikt niet verder. Bovendien wordt er heel veel gracias in de school gezegd tegen ieder die iets doet wat als hulp geïnterpreteerd kan worden. Ik sluit dus helemaal aan, zeg maar.

Buenos dias, is ook zo’n woord. Iedereen die je tegenkomt, kind of volwassene, groet je. In de gang, op de trap, in de klas, bij de wc. ‘s Morgens gonst het dus van het buenos dias. Ik ben soms echt een lomperik; dan ben ik zo met mijn kleine taakjes bezig, dat ik het niet eens in de gaten heb dat iemand met buenos dias passeert.

En waar ik ook nog steeds aan moet wennen is mijn apenpakje. Dat moet ik om kwart over tien aantrekken om beneden in de keuken het ontbijt voor de kinderen te halen. Het is een witte muts die ik aan de achterkant vaststrik, een witte schort, weggooi handschoenen ( die niet weggegooid worden maar steeds opnieuw gebruikt) en een mondkapje. Meestal kom ik terug met tinnen bekers die gevuld zijn met een niet thuis te brengen papje. Ik vind het niet lekker, maar de kinderen wel.

En wat ik bijzonder vind, is dat de leerlingen die in een rolstoel zitten en bijna niets zelf kunnen, de hele schooldag een moeder of familielid bij zich hebben die hen verzorgt, de werkjes maakt die het kind zelf niet kan maken, maar die ook rustig hun Whatsapp berichtjes beantwoorden, Facebook checken, zelfs in de klas bellen of gebeld worden indien nodig, zonder dat zij menen zich daarvoor te moeten verontschuldigen. Op de een of andere manier vind ik dat ook wel bij de Peruanen passen. Ze lijken mij een zelfbewust volk en dat komt, geloof ik, het meest door de vanzelfsprekendheid waarmee zij hun plek innemen.

Nou ja, zo mijmer ik wat af. Waar kijk ik nu naar? En wat betekent dat voor mij? Wat word ik gewaar en hoe interpreteer ik dat?
Straks heb ik heel wat te herkauwen. Dat weet ik al.

Maar ik ga nu mijn zinnen verzetten en buiten een paar Picarones eten bij dit mevrouwtje. Ze kent me al.

IMG_1158

 

4 reacties op “Een Spaanse les, maar niet alleen over taal

  1. jeetje Wilma wat een verhaal, nu maar hopen dat het zand weer uit je lichaam verdwijnt, waarschijnlijk zijn de mensen daar totaal niet bevattelijk voor.
    Je longen krijgen het wel erg te verduren, hopelijk kan je nog wel zingen als je terug bent. Fijne tijd nog, geniet er nog maar van.

    • Ha Tonny, wat een verhaal hè. Maar ik kan zeker zingen als ik weer terug ben. Dat worden absoluut vrolijke noten.

  2. Ook moet af en toe zo lachen om je verhalen.
    Goed om te lezen dat al die tijd dat je daar bent, mijn zus nog steeds mijn zus is.

    • Ha broodje,

      Ja hoor ik blijf jouw ( herkenbare) zus. Als er één ding is wat ik hier heb geleerd is dat je jezelf overal meeneemt, zelfs als je weleens anders zou willen. En dat je het daar dus mee hebt te doen: de goeie kanten helpen, de kwalijke eigenschappen zitten ook hier in de weg. Nou ja wie is perfect? Tot gauw!

Reacties zijn gesloten.