Moeiteloos in Lima

Ik ben in Lima! Op dit moment in het Parque de Kennedy met live musici op de achtergrond.  En heel veel katten die in de zon tussen de  bloemen liggen te luieren, of op het gras met elkaar spelen. Ik las in het voorbijgaan dat er een speciale vrijwilligersgroep is die de beestjes al 20 jaar onderhoudt.

Ik zit hier eerlijk gezegd behoorlijk moe te zijn van de slapeloze reis, maar ben tegelijkertijd ook innig tevreden. Geniet van simpelweg hier zitten. Eigenlijk gingen de goede momenten meteen al van start in het vliegtuig naar Madrid. Naast mij kwam een man zitten die ik als Peruaan inschatte en dat inderdaad bleek te zijn. Dan moet het er meteen maar van komen, dacht ik bij mezelf: practicar Wilma. En in mijn allerbeste Spaans begon ik een simpel huis- tuin- en keuken gesprekje. En we begrepen elkaar! Dat is nog steeds zo verbazend: ik stuntel wat af, maar dat is no problema, elke keer weer heb ik toch contact.
Hoe het ook zij, aan mijn praktische oefening  kwam ook al snel weer een einde want het bleek dat zijn vriendin, die aan de andere kant van hem zat, goed Nederlands sprak en dat zij beiden in Almere wonen. Vanaf dat moment was het ijs helemaal gebroken.
Om een lang verhaal kort te maken: de soloreis waar ik het meeste tegenop zag, hoefde ik helemaal niet meer alleen te maken. Als vanzelfsprekend trokken we met elkaar op en pas buiten Lima Airport namen we afscheid van elkaar.
Ik denk nu dat ik hun hartelijke gezelschap  aan de twee kleine engeltjes te danken heb in mijn tas. Ik kreeg ze afzonderlijk van twee vriendinnen en het kan niet anders of ze hebben meteen hun taak opgepakt. Ik ben er blij mee.

Meteen buiten het vliegveld stonden tientallen taxichauffeurs met een naambordje in hun hand van degene die van te voren een taxi had besteld. En ja hoor Wilma Boterenbrood was er ook bij. Ik kon gewoon achter de man aanlopen en in zijn taxi stappen. Een auto die aan alle kanten rammelde en waarvan het linker zijraam van de achterbank was afgeplakt met een vuilniszak, omdat het glas eruit was. Het klapperde er lustig op los, maar wat gaf het? Hij deelde zijn mandarijntjes met mij en zette me keurig voor het hostel af. En ik blijf het vermelden: ook met hem kon ik een kleine conversatie houden. Dat obsessieve Spaans oefenen is echt niet voor niets geweest, dat wil ik er -voor de allerlaatste keer- maar mee zeggen.
Hostel The flying dog is schoon en zeer minimalistisch. Een jonge man, de receptionist, heeft een soort balie op het gangetje van waaruit hij de zaken vriendelijk en behulpzaam regelt. Ik deel mijn kamer met twee jonge meisjes waarvan de een tegen kost en inwoning een maand lang voor het hostel werkt. Het andere meisje is door haar ouders gebracht die nu zelf in Peru rondtrekken. Over twee weken komen ze haar weer op ophalen. In die tussentijd gaat zij in een achterstandswijk van Lima ook als vrijwilligster aan de slag.

Het zonnetje breekt nu helemaal door. Het is een aangename temperatuur nu. Ik ga dadelijk nog even geld pinnen, de oude koloniale kerk bekijken en ook de schilderijen van de artiesten die hier en daar in het park hun kunst aan de man brengen. En ik wil het vogeltje spotten dat hier zo luidkeels boven het verkeer uit snerpt.
Eigenlijk kan ik het nog helemaal niet geloven. Vannacht keek ik nog naar een sterrenhemel onder mij toen het vliegtuig begon met landen. Al die lichtjes van de stad. Wat zou ik er treffen? En nog wat later die grote vleugel die door het licht van het vliegtuig vaag glansde.  Ik kon in eerste instantie het beeld helemaal niet thuisbrengen en dacht: Wat is dat toch voor een weg die bijna uit de hemel lijkt te komen. Nou ja, geen weg dus, maar een doodnormale vliegtuigvleugel. En ik zit hier doodnormaal een stukje te typen, maar wel in een totaal andere wereld. Wat voel ik mij toch een geluksvogel.

Een koffer en een meisje

Wat is wachten toch een rare bezigheid. Ik vul mijn dagen met de gewone dingen als werken, eten koken, de hond uitlaten enz, maar op de een of andere manier is het enkel tijdverdrijf. Niets lijkt méér van belang dan mijn koffer te pakken en te kunnen vertrekken. Die koffer inpakken heb ik trouwens al verschillende keren gedaan: ingepakt en uitgepakt. Ik heb steeds te veel. Tenminste… als ik overgebleven verbandmateriaal wil meenemen voor de medische post aldaar. En ook nog wat nuttig speelgoed voor de school waar ik ga werken. En wat gebruik ik toch veel dagelijkse verzorging: gezichtscrème, bodylotion, deodorant, shampoo, conditioner, zeep, oogpotlood, en dat is nog maar de helft. Is het allemaal nodig? Nee, ik weet zeker van niet, maar toch prop ik nog snel een flesje eau de toilette tussen mijn ondergoed. Ik zou best kunnen consuminderen, dat is mij wel duidelijk, maar nu even niet, tenzij noodgedwongen, bij het vullen van een koffer.

En terwijl ik inpak, uitpak, herschik, wegleg en weer oppak, denk ik eraan dat het  heel lang geleden is dat ik in mijn eentje ver weg er op uit ging. Hoe deed ik dat toen? Was ik vroeger ook zo aan het dimdammen over spullen? Ik herinner het mij niet. Wel dat ik een paar dagen voor vertrek mijn ouders gedag ging zeggen. ‘Zul je voorzichtig zijn? Absoluut. En je stuurt een kaartje toch? Tuurlijk doe ik dat. En vooral veilig thuis hè. Ja pa, ja ma, veilig thuis, dat vooral’. En dan een kus en zwaaien. Ineens mis ik ze. Ik was zo graag nog even bij ze langsgegaan.                                                                            Wonderlijk, ik ben een oma notabene en tegelijkertijd is er nu ook duidelijk een meisje haar koffer aan het pakken. Het zou me niet verbazen als ze met mij meegaat en pontificaal naast me in het vliegtuig zit.

De laatste regeldingen

IMG_2808

Windsteeg Amersfoort

Vanochtend  zat ik in de zon op een pleintje in Amersfoort. Ik had bijtijds de trein gepakt, omdat ik nog rond ging kijken en al dwalend bij de Windsteeg wilde aankomen. In dat straatje heeft Yolande van de organisatie Commundo, zinvol reizen haar kantoor. Met haar ben ik in zee gegaan om die ene droom, die ergens op een plank lag te verstoffen, tevoorschijn te halen en op te poetsen. En kijk nu; het glanst. Daarom besloot ik om van die laatste regelzaak een uitje te maken, stilletjes en zonder haast te genieten van waarmee ik bezig ben.

In maart, toen ik mijn ticket boekte, was dat wel anders. O dat gevoel van spanning: als ik dat icoontje aantikte, was mijn reis een feit en kon ik niet meer terug. Alles wat zich alleen nog maar in mijn hoofd afspeelde, zou met dat tikje tot leven te komen. Wist ik wel zeker dat ik dit wilde? Had ik het echt goed overdacht allemaal? Durfde ik wel, of forceerde ik mezelf enorm? Was ik daarom zo nerveus? Van pure spanning reserveerde ik mijn vliegticket op de achternaam die niet correspondeerde met die van mijn paspoort, een uitdrukkelijke vereiste. Voordat ik dat -dankzij een goeie tip van dezelfde Yolande- weer had rechtgebreid, waren er weken voorbij gegaan met afschuwelijke scenario’s en deprimerende bijgedachten die bij voorkeur in het donker kwamen aansluipen.
Dat wilde ik niet nog een keer meemaken; de bus naar Trujillo en een hotelkamer in Lima ging ik niet meer zelf boeken. Stel dat ik weer iets zou doen wat mij enkel zelfverwijt, twijfels en stress opleverde.  Dan maar als volwassen vrouw aan de hand genomen worden en naar Amersfoort afreizen.                                                               Kinderachtig hoor. Nou en?

En zo is de zaak beklonken.
Vanaf vandaag bestaat er een reservering met mijn naam bij het Flying dog hotel in Lima, op 30 en 31 augustus, in de wijk Miraflores. Een taxi komt mij ophalen van het vliegveld. Dat is al bevestigd. De busticket naar Trujillo met zitplaats 32 naast het raam is ook geregeld.
En als kers op de taart: Apellido, fecha de naciemento, número de targeta, dormitorio compartido femenino….ik draai er mijn hand niet voor om. Ik kan de latino’s gewoon volgen.

La catedral del Mar

La catedral del Mar, Barcelona

Santa Maria  del Mar, Barcelona

Een bijverschijnsel van Spaans leren is een verslaving opbouwen aan het kijken van Spaanse films. Gisterenavond sloot ik alweer een dag af met een aflevering van La Catedral del Mar. En vanochtend toen ik de was had opgehangen, zat ik ongemerkt opnieuw achter mijn iPad om de belevenissen van o.a.  Arnau, Joan en Mar op de voet te volgen. Tranen met tuiten huil ik om zoveel onrecht en misbruik van macht dat hen wordt aangedaan. Arnau, een van de hoofdrolspelers, is weliswaar een heilig boontje die nooit iets fout doet en altijd aan de goede kant staat, maar dat kan mij niks schelen. Ik ben onvoorwaardelijk op zijn hand. Ondertussen doe ik natuurlijk mijn uiterste best om mij op de Spaanse taal te richten, maar meestal slokken de gebeurtenissen mij op en vergeet ik vanaf scène 1 al mijn voornemen. Geeft niet, zeg ik tegen mezelf, je hoort in ieder geval de Spaanse klanken en heus, dat neem je onbewust allemaal in je op.

En wat die veronderstelling dan precies inhoudt, weet ik  niet helemaal, maar wat doet dat ertoe? Er zijn wel meer dingen waarvan ik niet echt snap hoe het zit, maar wat toch in mijn voordeel werkt. Op een knopje drukken bijvoorbeeld en dan zicht krijgen op de andere kant van de wereld. Zo zal het ook wel ongeveer met het onbewuste zijn: het werkt. En daarom ga ik mijn tijd met La cathedral del Mar absoluut niet als verloren beschouwen. Integendeel, elke aflevering zou voor mijn Spaans weleens van belang kunnen zijn.

Overigens bestaat La Catedral ook in het echte leven. Zelfde naam, zelfde plaats. Na Peru ga ik daar ook naar toe, want ik wil weleens zien waar Arnau, mijn held, heeft uitgehangen.