Laatste dagen

Zoetjesaan ben ik bezig te vertrekken. Gisteren heb ik de nachtbus naar Lima geboekt voor a.s. donderdag. Ik heb een zomerbroek gekocht om straks luchtiger te reizen. En ik heb profesora Roxana gezegd dat a.s. woensdag mijn allerlaatste schooldag is. Ik kreeg de indruk dat ze daar toch even van moest slikken. Of dat echt mijn laatste dag was, of wilde ik ook nog wel een paar dagen langer blijven? Die vraag verbaasde mij, want o ze was soms zo geïrriteerd door mijn minimale Spaans. Eergisteren nog. We hadden een uitje met de kinderen. Van te voren drinken in een rugzak, schoon goed mee, van te voren naar het toilet, en…..of ik voor het closetpapier wilde zorgen. Tuurlijk. Die procedure ken ik: als het wc papier van de wc op is, zet ik weer een nieuwe rol klaar op de tafel in het hoekje van de klas. Zo grijpt niemand mis als de nood aan de man is.

Daarna gingen we: met zijn zessen op de achterbank gepropt van een taxi. Kinderen op schoot. Anthony, de hartveroverende onruststoker,  viel in de ochtend onder mijn hoede, maar één op één lukt me dat best. De kinderen en ik zijn ongemerkt vertrouwd geworden met elkaar. Het is langzamerhand alsof ik al jaren zo met hen optrek.

87B39E1E-7A1C-4E2A-9592-1A62B92FC405

Een Banda ( een soort fanfare op z’n Peruaans) verwelkomde ons op de plek van bestemming met die ritmische, zich herhalende wijsjes, die echt de pan uitswingen. Juffen, meesters, ouders, kinderen, hadden zich weer op hun feestelijkst uitgedost, want waar een feest is, zijn er altijd mensen en kinderen in dansklederdracht. We vierden  de dag van de inclusion: een soort-iedereen- hoort-erbij-dag. Veel kinderen met het syndroom van down en andere handicaps. Zoals bij alle feesten hier, ook veel toespraken. En altijd gangmakers, verklede mensen die het publiek opzwepen tot meedoen en reacties. Daarna was het tijd voor dansjes, een karaoke lied, of een andere activiteit waarbij de kinderen hun activiteit aan het grote publiek liet zien.  iedereen had het naar zijn zin.

En toen vroeg juf Roxana: ‘Vilma, waar is het wc papier?’
‘ Wc papier?’
Ja Mathias moest dringend naar de wc en ze moest hem schoonmaken.
O ze was echt nijdig toen ik zei dat de wc rol klaarstond op de vertrouwde plek op de tafel in de klas. Ze kan zo donker kijken. Hoofdschuddend en bijna stampend van kwaadheid ging ze bij haar andere collega’s na of er nog wc papier was. Ondertussen was Mathias al nat.
Ik vond het echt heel vervelend voor haar.
Aan het einde van de dag toen de kinderen allang waren opgehaald en wij alleen in de klas achterbleven ben ik er op terug gekomen.
Ik zei dat ik het mij echt heel erg speet. En dat het natuurlijk niet goed was gegaan. Maar…..wilde zij voortaan alsjeblieft belangrijke zaken die ook nog buiten de routine vielen, nooit/ nunca meer aan mij vragen! Ze schoot in de lach. En ik ook. Zover zijn we dan toch maar samen gekomen.
En dat Søren, de leerling die niet van de afwijkingen houdt en die het daarom zo moeilijk met mij heeft, eergisteren zijn moeder naar mij toetrok en zei: ‘Mam, dit is Vilma’, ontroerde mij gewoon. En zeker nu ik wegga, merk ik dat de leerlingen en ik een plek bij elkaar verworven hebben. En zelfs de moeders vragen aan mij of hun zoon of dochter naar de speelplaats mag, als de juf er niet is om die order te geven.     ‘ Si, si. ‘

Er moet ook gezegd worden dat Julio, zeker in het begin, een wereld van verschil heeft gemaakt voor mijn verblijf hier. Ik was echt een muis hoor: ik  wilde er zo graag op uit, maar moest daarvoor zoveel denkbeeldige beren overwinnen. Een beer was een hele serieuze: geen richtingsgevoel en geen gen voor kaartlezen. En dan wil je dus de omgeving verkennen. Julio was met recht mijn gia en onmisbaar. En pas sinds kort heb ik ontdekt hoeveel ik van de onmiddellijke omgeving heb gezien, vergeleken met andere vrijwilligers die hier zelfs veel langer zijjn. Zij komen daar helemaal niet aan toe. Er zijn altijd wel activiteiten, clubjes en ontmoetingen met elkaar, maar zoals je vakantie viert. Een enclave buitenlanders op een vreemde plek die elkaar dan opzoekt, maar hoe aantrekkelijk ook: dat wilde ik nu net niet: ik wilde een soort alledaags leven elders en hoe gaat dat dan?

Nou dat gaat vanzelf: het ontvouwt zich als het ware en jij maakt er al onderdeel van uit, passend bij hoe je bent, en wat al een beetje in je besloten ligt, maar dat heb je eerst nog helemaal niet door.
Maar hoe geruststellend is dat: jouw plek is er al. En de mogelijkheden zijn er ook al. En er is ook nog voor elk wat wils. En voor bange muizen zoals ik, zijn er zelfs helpers die op een later moment de muis weer nodig hebben. En zo hangt alles met alles samen. Als er een ding is waarin ik gevoed en bevestigd ben, dan is het dat er overal mensen zijn die in de grond van de zaak niet zo veel van elkaar verschillen. We doen allemaal met wat voorradig is en dat is al meer dan genoeg. O, ik kan zo herkauwen.

Een huishoudelijke mededeling nog: ik ga over op traveldiaries, want mijn ruimte voor foto’s is op. Ik heb erg mijn best gedaan om er ruimte bij te kopen, maar de knop daarvoor functioneert niet. De helpdesk reageert niet, contact ook niet. Ben er al weken af en aan mee bezig  en zo onderhand ben ik er klaar mee. Als ik het goed heb, kan ik mijn volgers eenmalig op traveldiaries toevoegen en dan is het voor elkaar. Ik ga er mijn best voor doen.

Naar Huaraz

Het heeft even op zich laten wachten: een nieuw verslag van deze huismus. Ik had geen puf. Ik heb nu al weken een hoest die maar niet overgaat en zo langzamerhand ging mij dat niet in de kouwe kleren zitten. En dan komt er ook nog bij dat ik weliswaar een ander onderkomen heb met eigen badkamer, wc en een eigen ingang, maar……ik heb uitzicht op het dakterras van een hotel waar ze vaak in het weekeinde bruiloften vieren.

IMG_1241

Uitzicht op de balzaal.

Van de vroege middag tot in de late uurtjes wordt er salsa muziek gespeeld en gedanst. Gelukkig heb ik oordopjes, want anders zou ik doordraaien, geloof ik. Hoe dan ook, beetje bij beetje raakte mijn energie toch wel op. Ik heb me zelfs een keer ziek gemeld van school en de hele dag in bed gelegen.
Daarom kwam mijn reisje het afgelopen weekeinde met twee andere vrijwilligers naar Huaraz heel goed uit. Even geen muziek en misschien zou ik ook wel opknappen van de berglucht, want Huaraz is een stad midden in het Andes gebergte op wel 3050 meter hoogte. Zeer de moeite waard volgens Yvonne, een Nederlandse vrijwilligster die er voor mijn tijd was. We vertrokken met de nachtbus die er 8 uur over doet om in Huaraz aan te komen, maar toen ik in alle vroegte die bus uitstapte, voelde ik mij nog veel beroerder. Dat werd in de loop van de dag alleen maar erger: knallende hoofdpijn, misselijk, kortademig, droge mond. Ik was helemaal van de wereld. Ik weet nu wat hoogteziekte inhoudt. Afschuwelijk. Als iemand mij een vliegtuig naar huis had aangeboden, was ik onmiddellijk vertrokken, maar nu lag ik alweer ziek te zijn, maar dan op een hostelkamertje dat we met ons drieën deelden. En de eenvoudige bergtochten die we hadden bedacht, gingen voor mij niet meer op, want na anderhalf dag was ik weliswaar een stuk opgeknapt, maar opnieuw de hoogte opzoeken, durfde ik niet aan. De andere twee zijn wel gegaan, en ik heb op mijn manier de stad verkend. Traag als een schildpad, want bij de minste inspanning werd ik licht in mijn hoofd of buiten adem.

IMG_1193

Huaraz is het Peru van de plaatjes in de reisgidsen waar de vrouwen rokken in laagjes dragen en een hoge hoed op hebben. Op hun rug een kleurige doek die om hun hals is vastgeknoopt waarin ze de boodschappen dragen of een baby. En ook daar is natuurlijk een plaza des Armas maar dit keer met de Andes op de achtergrond en zijn besneeuwde toppen.

IMG_1209

Onze kamer keek uit op de straat waar allerlei handeltjes al in de vroege ochtendstond worden op gezet. Van een Peruaans ontbijt (drankjes met een onbestemde kleur van quinoa of haver) maar ook fruit, broodjes, vers sap en hele rijen geplukte kippen en cavia’s. En ook hier vrouwen die thuis eten gekookt hebben, dat  in die kleurige doeken vervoeren en dan op straat verkopen: rijst met kip en soms twee schijven gekookte piepers waar een sausje overheen gaat. Tegen twaalf uur s nachts is de hele boel weer opgedoekt en hoor je alleen nog de honden blaffen. Die lopen hier in Peru veel los rond. Ook in Huanchago en Trujillo.

IMG_1225

Iglesia Del Señor De La Soledad

Op zaterdag slenterde ik wat rond. Alleen al door zo’n stad lopen is een belevenis. Als troost voor de gemiste bergtrips, trakteerde ik mezelf op een massage. Dat heeft mij overigens ook nog eens bijzonder goed gedaan. Op zondag wilde ik het museum bezoeken, maar ik heb alleen in de tuin gezeten van dat museum. Er was de hele dag geen elektriciteit in Huaraz en de voorwerpen hadden toch echt wel licht nodig om tot hun recht te komen. In de tuin stonden monolieten opgesteld uit vervlogen tijden.

IMG_1222
Daarna op mijn onderhand vertrouwde slakkengang naar de kerk en vervolgens naar het cementerio General Presbitero Villon, een aanrader volgens tripadvisor. Ik keek mijn ogen uit. Ik liep door  straatjes met aan weerszijden de catacomben. En soms was er een een doorkijkje naar een veldje met ieniemienie huisjes. Andere keren liep ik langs muren waarin vierkantjes waren gemetseld met een naam daarop of alleen een nummer. Voor de ingang waren de bloemenverkopers die daar goede zaken doen, want volgens mij besteden de Peruanen de nodige aandacht aan hun doden. Veel verse bloemen en overal grote plastic bakken waar de uitgebloeide bloemen in gaan en die redelijk gevuld waren.

IMG_1231

IMG_1237

Jammergenoeg was na verloop van tijd mijn batterij leeg en kon ik nergens opladen, omdat de elektriciteit het immers liet afweten.
Ik had nog graag een foto gemaakt van de Andes die er super dreigend uitziet als er regen op komst is. Helemaal zwart.

Met dezelfde Movil nachtbus weer terug naar Huanchago. Meteen toen ik vanochtend thuiskwam, heb ik een afspraak gemaakt bij de dokter. Over twee weken ga ik immers naar Lima waar Nicoline op mij wacht, zodat we samen nog twee weken vakantie vieren. Daar kijk ik erg naar uit. Het zal me toch niet gebeuren dat die vakantie ook nog door dat eindeloze hoesten beïnvloed wordt.

update 21.00 uur Peruaanse tijd.

Samen met een begeleidster van Otra Cosa naar de medische post van Huanchago gegaan. Daar lopen gewoon honden de wachtkamer binnen. Geen probleem. De dokter vond dat mijn linkerkant afwijkend klonk, maar er was geen sprake van infectie. Huh, wat dan? Ik kon of naar de polikliniek van Trujillo, of als ik weer in Nederland terug was, moest ik meteen de specialist opzoeken. Nou zeg, daar had ik niet op gerekend en ook de medewerkster van Otra Cosa niet. Wij hadden ons al verzoend met een antibiotica kuurtje. Dan toch maar door naar Trujillo. Naar de privékliniek voor de rijke mensen wel te verstaan. Ook daar weer lang wachten, maar met resultaat: hoogstwaarschijnlijk heb ik een allergie ontwikkeld voor stof/ polvo en om preciezer te zijn: in mijn geval voor zand. Met drie dure medicijnen terug naar mijn casa.  Binnen een week gaan die hun werk doen, beloofde hij, anders moet ik terugkomen.

Dacht ik het niet: zoveel zand, dat kan toch nooit goed voor je zijn en dan had ik het alleen nog maar over mentaal welbevinden. Over  al die grauwheid om je heen. Nou mijn lijf houdt er kennelijk ook helemaal niet van. We zitten op één lijn zeg maar, want ik denk dat de dokter gelijk heeft. Ik verheug mij er nu al op: over een week is dit hele gedoe verleden tijd.

Een Spaanse les, maar niet alleen over taal

Vreemd hoor, ik hoef nog maar ruim twee weken te werken en dan ligt dit hele avontuur alweer bijna achter mij. Vanochtend -toen ik dus toch weer de leiding moest nemen in de klas omdat de juf vertrok- was ik  daar zo blij om. Ik kreeg weliswaar hulp/ ondersteuning van een oudere Peruaanse die altijd in een andere klas assisteert, maar dan nog. Ik vind dat ík degene behoor te zijn die ondersteuning bied. Het is hier gewoon de omgekeerde wereld.
Ik heb het natuurlijk overleefd, maar toen mijn Spaanse leraar  vanmiddag vroeg hoe mijn dag was geweest (als conversatie onderdeel van de les) en ik hem dit vertelde, begon hij te lachen.
‘Je moet gewoon liegen als ze om hulp vraagt: Estoy viajando mañana,’ zei hij.
Ik sputterde nog even: ‘Ja maar ik heb het met haar besproken. Ik heb heel nadrukkelijk gezegd: u bent de profesora en ik ben van de assistentie. Niet andersom.’
Maar zo werkt dat hier niet, volgens Sam. Als Peruanen ruimte voelen, gaan ze duwen en kijken of ze er nog wat ruimte bij kunnen krijgen. En… als ik dat niet ga geven, word mij dat echt niet in dank afgenomen. Daar waarschuwde hij mij voor. Maar  is dat dan mijn probleem?
Nee, Sam heeft volkomen gelijk. Dat is niet mijn probleem.
‘Bovendien ben je hier toch ook om een andere cultuur te leren kennen?’                                                                                           ‘Si’.                                                                                                  ‘Nou dan weet je vanaf nu dat erover praten hier niet helpt. Mentir, liegen, dat is een oplossing.’

Prima, doe ik dat voortaan. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer.

IMG_1150

Een dagje uit met twee klassen naar het museum van Chan Chan.

Dit is hem trouwens; mijn grootste uitdaging waardoor ik een hele klas niet red. Dit leuke jongetje is ook de boosdoener. Zodra juf Roxana haar hielen licht of even niet oplet, kijkt hij meteen naar mij. Welke vrijheid ga ik mij nu veroorloven? Één troost voor mijn ego: behalve  zijn eigen juf kan niemand anders hem aan. En in dit geval was mijn Peruaanse assistente van vandaag wel echt een ondersteuning. Ze hield hem zo ongeveer de hele dag stevig vast.

Er is ook een oudere jongen in de klas. O, hij vindt het zó moeilijk als ik de boel overneem. We werken bijvoorbeeld aldoor met plaatjes: Plaatjes van gevouwen handen als we gaan bidden. Plaatjes van de liedjes die we zingen, de dingen die we dagelijks doen. En elke afbeelding krijgt zijn vaste plek op het bord. Als ik bijvoorbeeld het plaatje van meneer Pinpodrie centimeter naast de tekst van het betreffende liedje plak, is het al mis. Dan staat hij op, loopt naar het bord en verschuift het een halve centimeter. Nou, iedereen die mij kent, weet dat precies-zo-en-niet-anders, niet mijn sterkste kant is. En routine ook al niet. Dus om de haverklap staat hij naast mij, vriendelijk maar onderliggend geïrriteerd, verbetert hij de fout. Het schiet niet op. En ik zeg dan steeds: ‘Gracias por tu ayuda’, want mijn woordenschat reikt niet verder. Bovendien wordt er heel veel gracias in de school gezegd tegen ieder die iets doet wat als hulp geïnterpreteerd kan worden. Ik sluit dus helemaal aan, zeg maar.

Buenos dias, is ook zo’n woord. Iedereen die je tegenkomt, kind of volwassene, groet je. In de gang, op de trap, in de klas, bij de wc. ‘s Morgens gonst het dus van het buenos dias. Ik ben soms echt een lomperik; dan ben ik zo met mijn kleine taakjes bezig, dat ik het niet eens in de gaten heb dat iemand met buenos dias passeert.

En waar ik ook nog steeds aan moet wennen is mijn apenpakje. Dat moet ik om kwart over tien aantrekken om beneden in de keuken het ontbijt voor de kinderen te halen. Het is een witte muts die ik aan de achterkant vaststrik, een witte schort, weggooi handschoenen ( die niet weggegooid worden maar steeds opnieuw gebruikt) en een mondkapje. Meestal kom ik terug met tinnen bekers die gevuld zijn met een niet thuis te brengen papje. Ik vind het niet lekker, maar de kinderen wel.

En wat ik bijzonder vind, is dat de leerlingen die in een rolstoel zitten en bijna niets zelf kunnen, de hele schooldag een moeder of familielid bij zich hebben die hen verzorgt, de werkjes maakt die het kind zelf niet kan maken, maar die ook rustig hun Whatsapp berichtjes beantwoorden, Facebook checken, zelfs in de klas bellen of gebeld worden indien nodig, zonder dat zij menen zich daarvoor te moeten verontschuldigen. Op de een of andere manier vind ik dat ook wel bij de Peruanen passen. Ze lijken mij een zelfbewust volk en dat komt, geloof ik, het meest door de vanzelfsprekendheid waarmee zij hun plek innemen.

Nou ja, zo mijmer ik wat af. Waar kijk ik nu naar? En wat betekent dat voor mij? Wat word ik gewaar en hoe interpreteer ik dat?
Straks heb ik heel wat te herkauwen. Dat weet ik al.

Maar ik ga nu mijn zinnen verzetten en buiten een paar Picarones eten bij dit mevrouwtje. Ze kent me al.

IMG_1158

 

Naar Chiclayo

IMG_1021IMG_1014Het stond vanaf dag één toen ik over het Noorden van Peru ging lezen, al op mijn verlanglijstje: de havenstad Chiclayo. Vanaf Trujillo is dat vier uur reizen met de bus zonder tussenstop, maar dat hadden Marta en ik er graag voor over. Marta is een jonge Spaanse vrijwilligster in het jongenshuis waar ik haar leerde kennen. Toen ik over Chiclayo begon, wilde ze wel mee. Maar voordat je daar bent, is er dus onderweg eerst weer het uitzicht op zandbergen en -velden dat er ook was tijdens de reis van Lima naar Trujillo. Hier en daar een stoffige lange cactus en op plekken waar veel afval ligt, zwermen soms gieren; zwarte schaduwen tegen de hemel. Of je ziet ze tussen het plastic pikken. Dat kan ook.

IMG_1008Chiclayo is een grote ruime stad en behoorlijk schoon. Ook daar zijn veel verwijzingen naar de Mochecultuur die, voordat de Inca’s kwamen, zo bepalend was voor het noorden van Peru. Ik begin zo onderhand de stijl te herkennen. Ongeveer 70 km verder van Chiclayo zijn veel opgravingen gevonden, maar daar hadden we geen tijd voor.

IMG_1042

Alweer zo’n artistiek muur, nu met de geschiedenis van El señor de Sipán, een Moche man

We hebben wel door de stad geslenterd en…… de Mercado Modelo bezocht, de grootste overdekte markt van het noorden. Je kan het niet zo gek bedenken, of je kan het daar kopen: pannen, kralen, stoffen, verse vis, tassen, geplukte kippen, sombrero’s, zelfgemaakt eten en andere lekkernijen die ook op de straat worden verkocht. Er zijn mensen achter naaimachines, schoenenpoetsers, noem maar op. Een klein gedeelte van die grote markt wordt de Mercado de Brujos genoemd: de heksenmarkt. Daarom stond Chiclayo op mijn verlanglijstje. Ik had gelezen over schedels en dierenpoten, omdat daar ( in mijn eigen woorden) de sjamanen hun inkopen doen. Eerlijk gezegd had ik het spannender voorgesteld. Hier en daar zag ik inderdaad wel een schedeltje hangen of dierenpootjes bungelen, maar het meeste waren er toch kruiden te vinden: Hele bossen kamille, salie en ander groen wat ik niet thuis kon brengen. Het lag daar allemaal te geuren. Heerlijk. In de visstraat rook het wel anders. En tussendoor voodoo poppetjes naast een Mariabeeld, afbeeldingen van de boeddha naast injectieflesjes gevuld met vloeistof en besjes of ander spul, schelpen waarin je de zee hoorde ruisen. Heel veel kruidenthee, natuurlijke crèmes en allerlei drankjes die vast ergens goed voor zijn.

IMG_1069

IMG_1065

IMG_1064
Al met al hebben we daar nog lang lopen slenteren, want een bezoekje aan het strand schoot er ook bij in.  Bovendien hadden we honger. Voor 3 euro had ik een lekkere maaltijd met een Peruaans gebakken visje, rijst en een soort erwtenmoes. Daarna naar ons hotelletje Kalu voor 15 euro per persoon per overnachting waar we zelfs warm konden douchen. ( Marta doucht echt koud, en bij mij is het water niet warm, maar de kou is er wel af gelukkig)
De volgende dag dezelfde weg terug naar Trujillo, want in het Noorden is er maar een snelweg: de Carretera Panamericana. Dit keer deed de bus er vijf uur over, vanwege wat stopplaatsen. Een klein schermpje voorin, waarop je zowel op de heen- als op de terugreis een Spaanse soap kon volgen, bracht nog een beetje vertier. We hadden niet bepaald de beste plek in de bus, maar ik ben ondertussen  gewend geraakt aan het landschap, de huizen, het straatbeeld, het vervoer. Ik kijk niet meer ademloos door het raam van de bus. Eigenlijk is dat jammer; dat die verwondering plaats heeft gemaakt voor een zekere mate van gewenning. Aan de andere kant geeft gewenning wel een soort basis. In ieder geval voor mij wel. Als huismusje hip ik nu minder onzeker door de omgeving. En dat is beslist fijn.